
De deur en Mister Z.
Door Vera Meijer
De deur en Mister Z.Ik woon in Slotervaart vlakbij station Lelylaan, een wijk ontworpen door van Eesteren op grondwerken van ingenieur Lely. ‘Licht, lucht en ruimte’. Zo klinken de stedenbouwkundige principes van van Eesteren. Een levendige, dynamische wijk waarvan menig ‘Amsterdammer’ zou zeggen dat dit niet het ‘echte’ Amsterdam is. Niets is minder waar: Amsterdam is sterk verbonden en onder andere geboren uit ‘het Slootje’. Een riviertje wat ongeveer liep waar nu de Sloterplas ligt en waar dit stadsdeel haar naam aan te danken heeft. Net als Sloten, Sloterdijk, etc.
Terug naar mijn straat en mijn uitzicht. In dit stadsdeel staat een flat met een oorspronkelijk blauwe deur. Eigenlijk zijn het er twee en daarachter zit een technische ruimte. Ze waaien regelmatig open. Het slot op deze deur werkt niet meer. Nu al bijna twee jaar is dit af en aan het verblijf van Mister Z, zoals wij hem hier in huis zijn gaan noemen. Regelmatig hoor je hier: “Ik heb Mister Z al een poosje niet meer gezien.” Of “Hé, Mister Z is er weer!” We hopen dat hij droge, warme en vooral veilige nachten heeft achter deze vervallen deuren, waar mijn dochter een canvas voor haar tekeningen in ziet.
Naast dat we ons afvragen hoe het Mister Z vergaat, vraag ik me ook met regelmaat af hoe het komt dat niemand deze deuren repareert, terwijl ik duidelijk zie dat mijn buren overlast ervaren. Net als ik. Dat is niet de schuld van Mister Z. Hij doet wat eenieder van ons zou doen in zijn situatie: een warm plekje zoeken. Overleven. Hij maakt simpelweg gebruik van een kans, die eenieder zou zien liggen als je niks hebt. Mister Z verleent met regelmaat onderdak aan mensen in vergelijkbare situaties. Ook probeerde hij zijn kamp uit te breiden met het bouwen van een slaapplek in de hoek met delen van een oude bank bij het grofvuil. Kinderen, zelf op pad voor een nagellakje bij de trekpleister, of buurtbewoners op weg naar de gezellige markt bij ons op het plein, liepen er met een grote boog en versnelde passen omheen. Bang voor wat zich in die donkere holletjes verschool.
In de flat woont een oud-bewoner. De man is midden tachtig, keurig gekleed en staat vaak met schuddend hoofd naar ‘zijn’, ooit o zo prachtige Slotervaart te kijken. Hij doet nog maar eens melding bij de gemeente. Net als mijn buurman, Magmut van de groentewinkel en mensen van de kerk tegenover de flat. Om de zoveel weken komen handhavers het hok leegtrekken. Matras eruit, vuilniszakken in de prullenbak en scherpe voorwerpen, mogelijk wapens, worden door de politie opgehaald in plastic zakjes. En tot mijn verbazing gebeurt telkens weer hetzelfde: er wordt een stoeptegel tegen de deuren gezet, iedereen gaat en het is stil in die hoek, op af en toe een piesende man na. En dan hoor ik na een poosje hier in huis: “Hé, de fiets van Mister Z staat er weer! Hij ziet er best goed uit.”
Probleem: deur waait open. Oplossing: stoeptegel. ‘Het probleem’ heeft een aantrekkingskracht op andere problemen, zoals die van Mister Z bijvoorbeeld. Of de winkelwagentjes die zich daar verzamelen, omdat het toch al een bende is. En iedereen die zich bemoeit met de deur lijkt zich te richten op Mister Z als zijnde ‘het probleem’. Maar dat is hij niet. Hij is hooguit de verschijning van een probleem wat van ons allemaal is. Vraag luidt dan: Welk probleem? En: Wie is eigenaar van ‘dit’ probleem? De Vve van de flat? De bewoners, de buren? Gemeente? En waar ga je je op richten? Redden van Mister Z of hangslot monteren? Wie heeft hier te handelen? Politie, handhavers, bestuur van de Vve, buurtbewoners, de kerk? En wat moet dit handelen op gaan leveren?
Nogmaals, Mister Z laat zien wat van ons allemaal is en waar wij, als de kaarten anders waren geschud, ook hadden kunnen belanden. Hij laat met zijn aanwezigheid zien dat er niet 1 oplossing voor 1 probleem bestaat. En dat dit vraagt om een betrokken houding van ‘alle partijen’ en het goeie gesprek met elkaar. Cohesie voelen, samenhang zien, luisteren en regelen wat geregeld moet. Boven- en onderstroom. Met alleen compassie voor Mister Z gaan we het niet redden. Met alleen de ‘blauwe’ regels op papier ook niet, want het “het staat niet in onze taakomschrijving een slot te vervangen. Niet onze verantwoordelijkheid.” Ze hebben samen te werken: boven en onder, ziel en zaak. Niet alleen ‘dit ‘of ‘dat’, maar het geheel zien. Zien wat van ons allemaal is, erkennen, om daarna te doen wat nodig is en elkaar te gunnen dat er doorgepakt wordt. En mensen die dit doen. Stap voor stap en soms tegen alle weerstand in. Daar zit lucht, licht en ruimte. En daar heeft Mister Z uiteindelijk ook wat aan.
Heb je zelf ‘een probleem’ in beeld? Tip: Leen ‘een balkon’ van iemand en zoom uit door jezelf te vragen Wat zie ik gebeuren, waar wordt het probleem zichtbaar en wie of wat hoort daarbij?
Vera Meijer, PRCS

