De Nationale Politie vroeg ConQuaestor en PRCS om een onafhankelijke doorlichting van de bedrijfsvoering. De oorspronkelijke vraag richtte zich op het Politiedienstencentrum (PDC), maar werd tijdens het traject verbreed naar hoe de volledige bedrijfsvoering werkt en is georganiseerd: PDC, Staf Korpsleiding en de eenheden. Doel van de opdracht was om inzicht te krijgen in de huidige inrichting, de efficiëntie en de toekomstbestendigheid van de bedrijfsvoering — en om scenario’s te ontwikkelen voor een doelmatiger en slagvaardiger organisatiemodel.
Van regionale korpsen naar één landelijke organisatie
Sinds de vorming van de Nationale Politie in 2013 zijn regionale korpsen samengebracht in één landelijke organisatie. Daarmee ontstond ook de behoefte aan centrale ondersteuning op het gebied van onder meer HR, finance, facilitair, vastgoed, verwerving en communicatie. Het PDC werd ingericht als centraal dienstencentrum om deze ondersteuning te bundelen en de operatie te ontlasten.
In de jaren daarna groeide de bedrijfsvoering sterk. Tegelijkertijd ontstonden er op verschillende plekken eigen werkwijzen, aanvullende ondersteuningsstructuren en overlap tussen centrale en decentrale verantwoordelijkheden. De behoefte ontstond daardoor het geheel door te lichten op effectiviteit en efficiëntie. De vraag werd daardoor groter dan alleen: “Hoe functioneert het PDC?” Het ging uiteindelijk om de bredere vraag hoe de bedrijfsvoering van de politie als geheel efficiënter, slagvaardiger en toekomstbestendiger georganiseerd kan worden, om zo optimaal en duurzaam bij te dragen aan de politieorganisatie als geheel.
Een integrale blik op bedrijfsvoering
ConQuaestor en PRCS pakten de opdracht op met een multidisciplinair team van adviseurs. De aanpak bestond uit twee hoofdfasen: fase 1 het maken van een scherpe foto en analyse van de huidige situatie, en fase 2 het uitwerken van scenario’s voor de toekomstige inrichting. Daarnaast is een externe benchmark uitgevoerd bij vergelijkbare publieke organisaties om de analyse en scenario’s te versterken.
In de eerste fase is gekeken naar de oorspronkelijke bedoeling van de inrichting uit 2012, de huidige taak- en rolverdeling en het samenspel tussen PDC, Staf Korpsleiding en de eenheden. Hiervoor zijn onder meer interviews gehouden, werksessies georganiseerd, documenten geanalyseerd en volwassenheidsscans uitgevoerd. Ook is gekeken naar omvang, budget, trends en vergelijkbare shared service-modellen. Naast de ‘interne’ foto hebben we eveneens een externe (kwalitatieve) benchmark uitgevoerd met een zestal vergelijkbare publieke organisaties om een verdiepend en vergelijkend beeld te verkrijgen van de inrichting en werking van de bedrijfsvoering.
De analyse richtte zich niet alleen op structuren en processen, maar ook op sturing, governance, samenwerking en eigenaarschap. Juist in een organisatie van deze omvang — met circa 65.000 medewerkers en een grote operationele druk — zijn die elementen bepalend voor de vraag of bedrijfsvoering daadwerkelijk ondersteunend is en bijdraagt aan het politiewerk.
Van diagnose naar toekomstscenario’s
Op basis van de doorlichting en analyse zijn verbeterpunten, grondoorzaken en ontwikkelrichtingen in kaart gebracht. Daarbij werd zichtbaar dat de bedrijfsvoering niet los gezien kan worden van bredere vraagstukken binnen de Nationale Politie, zoals governance, financiële sturing, rolverdeling en de balans tussen centrale standaardisatie en decentrale autonomie.
In de tweede fase zijn meerdere inrichtingsscenario’s uitgewerkt. Deze scenario’s gaven inzicht in mogelijke keuzes voor de toekomstige bedrijfsvoering: welke taken horen centraal thuis, welke verantwoordelijkheden liggen beter bij de eenheden of staf, welke sturingslogica past daarbij en wat zijn de financiële en organisatorische consequenties?
Daarmee ontstond geen losstaand verbeterplan, maar een onderbouwd handelingsperspectief voor de korpsleiding: een basis om strategische keuzes te maken over de inrichting, aansturing en doorontwikkeling van de bedrijfsvoering. In samenhang met de bredere ontwikkeling die de politie doormaakt.
Meer inzicht, scherpere keuzes
De opdracht heeft bijgedragen aan een gedeeld beeld van de huidige situatie en de belangrijkste knelpunten in de bedrijfsvoering en de aansluiting op de rest van de organisatie. Door de analyse over de verschillende organisatieonderdelen heen te leggen, ontstond meer inzicht in samenhang, afhankelijkheden en patronen die eerder versnipperd werden bekeken.
Ook bracht het traject het gesprek op gang tussen de verschillende onderdelen van de politieorganisatie. Niet vanuit afzonderlijke belangen, maar vanuit de vraag: wat is nodig om de bedrijfsvoering als geheel beter te laten werken voor het politiewerk?
Basis voor verdere besluitvorming
De scenario’s en analyses zijn opgeleverd en besproken. Omdat de Nationale Politie parallel werkt aan meerdere strategische bouwstenen en onderzoeken, worden de uitkomsten in samenhang met die bredere ontwikkelingen gewogen.
Daarmee vormt deze doorlichting een belangrijke bouwsteen voor verdere besluitvorming over de toekomstige inrichting van de bedrijfsvoering. De opdracht laat zien hoe een scherpe, onafhankelijke analyse kan helpen om complexiteit te ontwarren, keuzes expliciet te maken en richting te geven aan een organisatiebrede veranderopgave.





